Wat zijn de oorzaken?
Voor onze stroom, warmte en ons transport verbranden we enorme hoeveelheden fossiele brandstoffen: olie, kolen en gas. Daardoor ontstaat CO2, het broeikasgas dat de grootste bijdrage levert aan de opwarming van de aarde. Steenkool en olie zijn de grootste boosdoeners, als het gaat om CO2-uitstoot voor ons energieverbruik. Maar liefst 80% is afkomstig van steenkool en olie. De overige 20% wordt veroorzaakt door de verbranding van aardgas. (1) De totale uitstoot van broeikasgassen in Nederland bedroeg in 2009 200 megaton en is als volgt verdeeld:

CO2-emissie industrie- en energiesector
De CO2-emissie van de industrie- en energiesector (met inbegrip van raffinaderijen) is tussen 1990 en 2004 met circa 11 Mton toegenomen. Na 2004 zijn de emissies echter met bijna 10 Mton gedaald tot een niveau van circa 95 Mton in 2009. De streefwaarde voor deze sector is 109,2 Mton in 2010.
- De emissie in de energiesector (inclusief afvalverwijderingsbedrijven) is tussen 1990 en 2004 met ruim 15 Mton toegenomen, door de toename van de vraag naar elektriciteit.
Tussen 2004 en 2007 is de emissie in de energiesector met circa 4 Mton afgenomen. Deze afname wordt vooral veroorzaakt door een lagere elektriciteitsproductie in Nederland in 2005 en 2006. Deze daling was het gevolg van de toegenomen import van elektriciteit. Daarnaast zijn er meer duurzame energiebronnen ingezet bij de Nederlandse elektriciteitsproductie.
In 2007 steeg de binnenlandse elektriciteitsproductie echter weer, waardoor de daling tussen 2004 en 2006 weer voor een deel teniet werd gedaan. In 2008 en 2009 bleef de de binnenlandse elektriciteitsproductie en daarmee de emissie nagenoeg constant. - De CO2-emissie van de industriesector (chemische industrie, overige industrie en bouw) is met bijna 7 Mton afgenomen in de periode 1990-2004, vooral als gevolg van energiebesparingsmaatregelen. Tot 2009 is de emissie nagenoeg constant gebleven. In 2009 is de emissie door de economische crisis met circa 3 Mton gedaald tot circa 30 Mton.
- De CO2-emissie van de raffinaderijen is tot 2009 met circa 11,5 Mton op het niveau van het jaar 1990 gebleven en in 2009 door de economische crisis gedaald tot 10,5 Mton.
CO2-emissie verkeer en vervoer
De CO2-emissie van verkeer en vervoer is tussen 1990 en 2009 met 7,5 Mton toegenomen en bedraagt circa 38 Mton in 2009. De streefwaarde voor deze sector is 38,7 Mton in 2010. De toename van de CO2-emissie tot en met 2008 is vooral het gevolg van de toename van het wegverkeer. De afname met bijna 2 Mton in 2009 is het gevolg van de economische crisis en het gebruik van biobrandstoffen.
CO2-emissie gebouwde omgeving
De totale emissie in de sector 'gebouwde omgeving' (consumenten, en Handel- Diensten- en Overheid: HDO) is met bijna 2 Mton afgenomen sinds 1990 en bedraagt circa 29 Mton in 2009. De streefwaarde voor deze sector is 28,3 Mton in 2010.
- Een groot deel van het energiegebruik in de HDO-sector wordt aangewend voor de verwarming van (kantoor-)gebouwen. In de periode 1990-2002 is de voorraad kantoorruimte en het kantoorgebruik met circa 50% toegenomen (CPB, 2005). Daardoor is ook de CO2-emissie door ruimteverwarming met circa 2 Mton toegenomen tot circa 11,5 Mton. Daarna is de emissie redelijk constant gebleven.
- Alleen de CO2-emissies die veroorzaakt worden door het gebruik van huisbrandstoffen (voornamelijk aardgas) worden aan consumenten toegerekend. De emissies van motorbrandstoffen vallen onder de sector verkeer en vervoer. Huisbrandstoffen worden voor ongeveer driekwart gebruikt voor ruimteverwarming. De CO2-emissie voor ruimteverwarming is in de periode 1990-2009 met circa 4 Mton afgenomen, ondanks het feit dat het aantal woningen toeneemt. Dit is het gevolg van energiebesparende maatregelen zoals woningisolatie en installatie van HR-ketels. De CO2-emissie voor warmwatervoorziening is nauwelijks veranderd.
CO2-emissie landbouw
De CO2-emissies van de landbouw zijn voor circa 80% afkomstig van de verbranding van fossiele brandstoffen in de glastuinbouw. Deze emissie is sinds 1990 circa 1 Mton gedaald door energiebesparing in de glastuinbouw. De CO2-emissie van de landbouw kwam daarmee uit op ongeveer 7 Mton in 2009. De energiebesparing is vooral het gevolg van de Meerjarenafspraken energiebesparing 1990-2000. De streefwaarde voor deze sector is 7,6/8,2 Mton in 2010 (afhankelijk van de ontwikkeling van het areaal glastuinbouw).
Emissies overige broeikasgassen
De emissies van de overige broeikasgassen; methaan (CH4), distikstofoxide (N2O) en de fluorhoudende gassen (F-gassen: HFK's, PFK's en SF6), zijn tussen het basisjaar (1990 voor CH4 en N2O; 1995 voor de F-gassen) en 2009 met bijna 23 Mton afgenomen, tot circa 31 Mton CO2-equivalenten in 2009. De streefwaarde is 35,4 Mton CO2-equivalenten in 2010.
- De emissie van CH4 neemt sinds 1990 af. Belangrijkste reden is de afname van het storten van afval, wat leidt tot minder methaanemissie uit stortplaatsen. Daarnaast nam de CH4 emissie vanuit de landbouw af door krimp van de veestapel.
- De emissie van N2O neemt sinds 1995 af doordat minder mest werd uitgereden en door minder gebruik van kunstmest. Daarnaast is de N2O-emissie van de chemische industrie in 2007 en 2008 fors gedaald door reductiemaatregelen bij de salpeterzuurproductie.
- Na een toename van circa 3 Mton tussen 1995 en 1998 namen de emissies van F-gassen tussen 1998 en 2005 af met circa 9,5 Mton. Dit is grotendeels het gevolg van maatregelen in de chemische industrie en de basismetaal. Na 2005 is door een toename van het gebruik van HFK's in de koelsector een lichte stijging te zien. In 2009 bedraagt de emissie 2,4 Mton. (2)
