Achtergrond

CFP is EPA-U gecertificeerd en lid van het Dutch Green Building Council. Daarnaast beschikt CFP over een Gold Standard licentie, waarmee een gebouw CO2 neutraal kan worden gemaakt.

De informatie uit een benchmarkrapport kan bijdragen aan de samenstelling van een duurzaamheidsrapport. De cijfers zijn gebaseerd op het Green House Gas Protocol en een benchmarkrapport is op dusdanige wijze opgesteld, dat het onderdeel kan uitmaken van een duurzaamheidsverslag die de richtlijnen van het Global Reporting Initiative (GRI) nastreeft.

Green House Gas Protocol

Het Greenhouse Gas Protocol (GHG Protocol) Initiative werd in 1998 gelanceerd met de dubbele doelstelling om een internationale standaard te ontwikkelen voor de verantwoording en de verslaggeving i.v.m. de uitstoot van broeikasgassen door bedrijven en om deze standaard zo breed mogelijk te verspreiden. Het GHG Protocol bestaat uit twee modules:

  • GHG Protocol Corporate Accounting and Reporting Standard. Dit document bevat een stappenplan, richtlijnen om CO2-uitstoot te kwantificeren en erover te rapporteren.
  • GHG Protocol Project Quantification Standard. Een gids om de resultaten van CO2-reductieprojecten te meten.

Verder voorziet het GHG Protocol Initiative sets van instrumenten voor sectoren en voorbeelden van GHG-inventarissen die opgesteld werden door bedrijven uit de hele wereld. Het initiatief ontwikkelde ook een specifiek management instrument voor bedrijven en overheden in ontwikkelingslanden.

Er zijn verschillende interpretaties over welke categorieën in een CO2 footprint berekend moet worden. Het Green House Gas Protocol maakt onderscheid in verschillende scopes op basis van de herkomst van het broeikasgas.

  • Scope 1 alle uitstoot die direct het gevolg is van eigen activiteiten, zoals de uitstoot van eigen fabrieken en vrachtauto’s of eigen gasgebruik (bijv. gasboilers, warmtekrachtinstallaties en ovens);
  • Scope 2 de indirecte emissies voor de energie die is ingekocht, bijvoorbeeld van een elektriciteitsbedrijf. De emissie vindt dan plaats bij het opwekken van de elektriciteit;
  • Scope 3 alle overige emissies als gevolg van de activiteiten van het bedrijf, zoals de uitstoot van transport of productie dat is uitbesteed of afvalverwerking.

De emissies van scope 1 en 2 worden in het benchmarkrapport meegenomen. Scope 3 emissies zijn divers en complexer om in kaart te brengen, omdat hierbij vaak de gehele keten bekend moet zijn. Hierdoor zijn de gegevens hiervan moeilijker te bepalen of onvoldoende nauwkeurig binnen organisaties. De emissies binnen scope 3 worden daarom maar voor een gedeelte meegenomen in deze CO2 footprint.

Het Greenhouse Gas Protocol (GHG Protocol) Initiative is een partnerschap van het World Resources Institute en de World Business Council for Sustainable Development. Via deze twee organisaties zijn verschillende stakeholders betrokken: bedrijven, NGO’s, overheden en andere. (http://www.ghgprotocol.org/)

             

 

EPA-U

De Europese richtlijn 'Energieprestatie voor gebouwen' (EPBD 2002/91/EC) stelt dat voor elke woning bij verandering van huurder of eigenaar transparantie over de energetische kwaliteiten gegeven moet worden. Hiervoor is een energiecertificaat (energielabel) opgesteld voor woningen. Het energiecertificaat geeft de energetische kwaliteit van de woning weer in de zogeheten energie-index en een label. Het label heeft een vergelijkbare vormgeving als de bekende labels voor witgoed en auto's. Een Energieprestatie-advies voor de utiliteitsbouw (EPA-U) is een maatwerkadvies voor eigenaren en huurders van bestaande utiliteitsgebouwen om energie te besparen.  Een EPA-U (Energieprestatieadvies Utiliteitsbouw) is vanaf januari 2008 verplicht voor de volgende gebouwen:

  • gezondheidszorggebouwen, niet-klinisch,
  • gezondheidszorggebouwen, klinisch,
  • horecagebouwen,
  • kantoorgebouwen,
  • bedrijfsverzamelgebouwen,
  • onderwijsgebouwen,
  • sportgebouwen,
  • winkels.      

De kwaliteit van het energieadvies is geborgd via certificering op basis van een nationale beoordelingsrichtlijn (BRL). Deze certificering wordt uitgevoerd door onafhankelijke instellingen.

Dutch Green Building Council

De Dutch Green Building Council (DGBC) is een onafhankelijke organisatie, die een duurzaamheidslabel aan het ontwikkelen is voor Nederlandse gebouwen en gebieden. Een stichting, die certificaten gaat verstrekken aan opdrachtgevers die de mate van duurzaamheid van hun gebouw of gebied hebben laten beoordelen volgens vooraf gestelde criteria. De council wil gaan toetsen op basis van BREEAM. De oprichting van de stichting komt voort uit een toenemende vraag naar toetsing van duurzame ontwikkeling. Niet alleen binnen Nederland, maar juist ook internationaal.

De Dutch Green Building Council (DGBC) is beheerder van het duurzaamheidslabel voor Nederlandse gebouwen en gebieden. Momenteel is dit label nog in ontwikkeling. Binnenkort kunnen we met de betaversie de eerste certificaten verstrekken aan opdrachtgevers die de mate van duurzaamheid van hun gebouw of gebied hebben laten beoordelen volgens vooraf gestelde criteria. Door middel van het label wordt duurzaam bouwen meetbaar en door middel van het certificaat wordt duurzaam bouwen zichtbaar.

Het certificeren van gebouwen is een proces waarbij verschillende assessoren en experts nodig zijn, die door de DGBC worden opgeleid. Daarnaast organiseert de DGBC verschillende soorten bijeenkomsten om de algemene kennis over duurzaam bouwen te vergroten. Door met veel met de partners te overleggen proberen we de markt voor duurzaam vastgoed te vergroten en daarnaast innovatie op het gebied van duurzaamheid te bevorderen. (http://www.dgbc.nl/)

 

Gold Standard Foundation

De Gold Standard Foundation biedt een kwaliteitslabel voor CDM/JI vrijwillige compensatie projecten. De Gold Standard Foundation (GS) is een organisatie zonder winstbejag uit Zwitserland. Zo’n 56 niet gouvernementele organisaties (NGOs), inclusief het Wereld Natuur Fonds, ondersteunen deze standaard. De GS kan zowel toegepast worden op vrijwillige projecten als op CDM projecten.(http://www.goldstandard.org/)

 

           

 

Global Reporting Initiative

Het Global Reporting Initiative (GRI) is oorspronkelijk opgezet door de Coalition for Environmentally Responsible Economies (CERES), een non-profit organisatie van meer dan 50 investeerders, milieu, religieuze, vakbond en maatschappelijke groeperingen. Het GRI werd opgericht in 1997 met als missie het verheffen van duurzaamheidrapportages naar het niveau van financiële rapportages. Recentelijk is het GRI een zelfstandige organisatie geworden.

Het GRI heeft een set kernmeetpunten ontwikkeld die een generiek doel hebben, hiernaast zijn tevens branchespecifieke meetpunten uitgewerkt en is er een uniforme format samengesteld voor het rapporteren van informatie direct verbonden aan de duurzame bedrijfsprestatie.

In grote lijnen adviseren de richtlijnen van de GRI specifieke informatie gerelateerd aan ecologische, sociaal-maatschappelijke en economische prestaties. De richtlijnen zijn gestructureerd rond een directieverklaring, sleutelindicatoren op ecologisch, sociaal en economisch vlak, een profiel van de rapporterende organisaties, beschrijvingen van relevant beleid en managementsystemen, relaties met stakeholders, managementprestaties, operationele prestaties, productprestaties en een duurzaamheidsoverzicht.

Een benchmarkrapport kan bijdragen aan verschillende onderdelen van een Milieu jaarverslag die gebaseerd is op het Global Reporting Initiative. Onderdelen binnen de GRI Index Performance-indicatoren waaraan dit aan kan bijdragen zijn EN 3, 4, 5, 6, 7, 8, 16 op het gebied van directe CO2 emissie, 18, 22 en 29.(GRI – G3 Guidelines, richtlijnen voor duurzaamheidsverslaggeving)